Bla bla bla, nu maar weer eens een goed gesprek

Wij hebben thuis een regel: geen mobieltjes aan de eettafel. Op dat ene moment dat je de dag met elkaar kunt doornemen wordt er niet gewhatsappt, getwitterd, gefacebookt en ge-instagramt. Ik betrap mijzelf er toch vaak op dat er te weinig wordt besproken, behalve een ‘Hoe was jouw dag?’ ‘Ja, best’ Hoe dat komt? De grappige of informatieve dingetjes die je in de loop van de dag met elkaar wil delen heb je dan namelijk al naar elkaar gewhatsappt. ‘Wil je nog brood halen’ en ‘ik ben weer geflitst op de snelweg’ zijn geen onderwerpen waar je thuis nog eens mee aan kan komen. De regel geen digitale privégesprekken op werk zou ook ingevoerd moeten worden. Want niet alleen thuis doet zich dit probleem voor, ook op verjaardagen, visites bij de (schoon)ouders en andere partijtjes zit je soms te peinzen over wat je nog kunt mededelen. Heb ik al verteld dat ik een vast contract heb? Oh ja, dat heb ik in de whatsappgroep gezegd. ‘Heb ik al verteld over mijn gezellige 4-gangen diner met vrienden?’ Nee, dat staat al op Facebook, inclusief lallende karaoke-video die na vier flessen wijn is opgenomen.

Blablabla

De oplossing voor dit groeiende probleem? Ik zou mijn mobiel uit het raam kunnen gooien, maar dat is geen optie gezien ik voor mijn functie zelfs verplicht op sociale media te vinden moet zijn. De regel om het mobieltje minder te pakken, vind ik een lastige. Als ik ’s avonds op de bank lig kijk ik uit automatisme elke 5 minuten op het schermpje. Hoe bedoel je verslaafd? Dan is een opname in een ontwenningskliniek nog de beste optie.

Toch kan ik het digitale praatje ook eenvoudig inruilen voor het traditionele gesprek. Vooral op vakantie heb ik geen behoefte aan het tellen van alle vind-ik-leuks, dagelijkse nieuwsdrama’s en de soapseries van mensen die geen onderscheid maken in: wat vertel ik mijn psycholoog en wat vertel ik op Facebook? Om nog maar te zwijgen over de facebookgroep waar de hele buurt zeurt over vermiste katten, verkeerd geparkeerde auto’s en fietsendiefstal.

Als ik op vakantie ben in Frankrijk wordt er weer echt gecommuniceerd. Ik probeer dan te graven in mijn geheugen naar de Franse les die ik na de middelbare school diep heb verstopt. In mijn beste Frans bestel ik een stokbrood en een croissantje, waarop de bakker blij reageert omdat een Hollandse trien een woordje Frans spreekt. Bij de dokter in de wachtkamer luister ik naar de verhalen van lokale dorpsbewoners die in geuren en kleuren vertellen over hoe ze van de trap gevallen zijn in de wijnkelder. Ik versta slechts woordjes, maar met antwoorden als oui, peut-être en non kom je toch best ver. ’s Avonds breken mijn vriend en ik een fles wijn open, snijden we de brie aan en gaan we echt een goed gesprek voeren. Serieuze dingen in het leven, levensveranderingen, persoonlijkheidsanalyses, werkelijk alles komt voorbij.

Als we daarna door een paar Britten worden uitgenodigd om te kaarten en een drankje te doen bij hun voor de tent is de avond compleet. Ze willen echt alles van ons weten en tonen oprecht interesse. Er wordt gelachen om typisch Britse humor en gelukkig waarderen zij ook ordinaire Nederlandse grappen. Dit is pas echt sociaal, dit is hoe er gepraat moet worden. Ik denk dat ik toch maar vaker op vakantie ga.

 

 

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *